
Op deze website vindt u
tabellen met kenmerken van de gevonden instrumenten en indicaties
van de kwaliteit. Deze tabellen kunnen helpen een meer afgewogen
keuze te maken voor een instrument voor onderzoek of ondersteuning
bij zorg of beleidsontwikkeling. Het is wel belangrijk rekening te
houden met een aantal kanttekeningen voordat een gekozen instrument
daadwerkelijk gebruikt wordt.
Het is verleidelijk om zonder reserves een instrument
te gebruiken als het gevalideerd is. Echter, het kenmerk ‘gevalideerd’
moet op waarde geschat worden. Met ‘gevalideerd’ bedoelen onderzoekers
doorgaans dat er onderzoek is gedaan naar klinimetrische eigenschappen,
en dat de resultaten gepubliceerd en toegankelijk zijn. Er is echter een
aantal beperkingen aan dit kenmerk:
Het is dus verstandig om na het lezen van de
valideringsonderzoeken een oordeel te vormen over de vraag of (1) de
klinimetrische kenmerken voldoende zijn; (2) de klinimetrische kenmerken
die voor het doel van belang zijn geëvalueerd zijn; (3) de
klinimetrische kenmerken wel van toepassing zijn op de doelgroep.
Bijvoorbeeld, als een onderzoeker wil bepalen of een interventie
effectief is in een bepaalde populatie, zal hij of zij een instrument
willen kiezen waarbij responsiviteit op adequate wijze geëvalueerd is in
een relevante populatie.
Uit het bovenstaande blijkt dat het interpreteren van
de gegevens van een instrument enige basale onderzoekskennis vergt.
Hetzelfde geldt voor het lezen en begrijpen van de handleidingen van de
instrumenten of de wetenschappelijke artikelen waarin het
ontwikkeltraject van de instrumenten beschreven staat.
De meeste instrumenten uit dit onderzoek zijn niet
vertaald. Een goede vertaling van een instrument is belangrijk, maar
vergt expertise en is arbeidsintensief. De volgende stappen zijn
gebruikelijk:
Als de keuze voor het gebruik van instrumenten wordt
overwogen, wordt aanbevolen om met behulp van deze website
te bepalen of er vertaalde en/of voor Nederland gevalideerde
instrumenten beschikbaar zijn. Meldt uw wens bij de projectgroep, zodat
wij op de hoogte zijn van het gebruik van de instrumenten. Met deze
kennis kan eventueel samenwerking gerealiseerd worden en ondersteuning
geboden worden door de projectgroep in het maken van een keuze voor en
gebruik van een instrument.
Hieronder worden specifieke aanbevelingen voor
zorgverleners, onderzoekers en beleidsmakers geformuleerd.
Voor het gebruik van instrumenten voor de zorg wordt ten eerste geadviseerd om instrumenten te gebruiken. Door het systematisch verzamelen van klinische uitkomsten kan niet alleen de zorg voor individuen aangestuurd worden, maar ook de zorg geëvalueerd worden. Aspecten van kwaliteit kunnen gemonitord worden en beleid op niveau van afdeling of instelling kan worden bijgesteld om de kwaliteit te verbeteren.
Door systematisch gegevens te verzamelen met behulp van instrumenten kunnen gegevens mogelijk ook gebruikt worden voor wetenschappelijk onderzoek, wat in veel gevallen een meerwaarde op kan leveren. Bepaal welke concepten u zult willen meten en/of voor welk doel de instrumenten gebruikt zullen moeten gaan worden. Bepaal welke expertise u nodig heeft of nodig zal kunnen hebben.
Voor onderzoekers gelden de volgende aanbevelingen.
Bepaal de keuze van een instrument zowel uit de lijst met kenmerken als
uit de tabel met de klinimetrische kwaliteit. Bedenk hierbij dat het
valideringsonderzoek van de meeste instrumenten onvolledig is; ook
gelden de eerdergenoemde beperkingen aan het kenmerk ‘gevalideerd’.
Vertaal geen instrumenten op eigen houtje, maar neem contact op met de
projectgroep. Misschien wordt het door u gewenste instrument al door ons
vertaald of kunnen we adviseren of assisteren bij een eventuele
vertaling.
Wij adviseren niet een nieuw instrument te
ontwikkelen als er al een instrument beschikbaar is waarmee de door u
gewenste concepten gemeten kunnen worden. Het is ook belangrijk om te
realiseren dat ieder instrument een compromis is (inhoud, vorm,
doelgroep, kwaliteit), en ook het door u te ontwikkelen instrument niet
perfect zal zijn. Verder is het waardevol om uw gegevens te kunnen
vergelijken met gepubliceerde gegevens, want (1) zo kunt u uw gegevens
beter interpreteren en (2) de mogelijkheid tot vergelijk vergroot de
kans op het gepubliceerd krijgen van uw studie. Mocht er echter geen
bestaand instrument beschikbaar zijn, moet een instrument ontwikkeld
worden. Dit kan het beste in samenwerking met andere centra, en het
liefst in een internationaal kader. Zie ook ‘Aanbevelingen voor
beleidsmakers’.
Geadviseerd wordt dat nationaal beleid voor de
ontwikkeling van de palliatieve zorg de bovengenoemde aanbevelingen
ondersteunt. Er zijn veel ontwikkelingen op gebied van instrumenten,
zeker binnen een jong werkgebied als de palliatieve zorg. Uit het
voorgaande stuk ‘De waarde van validering’ moet begrepen worden dat
ontwikkeling van een instrument niet een éénmalige actie is, maar een
constant dynamisch proces. Dit proces zou binnen het werkgebied
palliatieve zorg bewaakt moeten worden. Specifieker zou beleid zich
kunnen richten op:
Voor de coördinatie van vertalingen is nationale
afstemming nodig. Met behulp van het overleg van de
Kenniscentra Palliatieve Zorg (www.kenniscentrapalliatievezorg.nl)
kan nationale afstemming worden bereikt binnen academische centra met
een kenniscentrum palliatieve zorg, zodat bijvoorbeeld de vertaling van
instrumenten gecoördineerd kan worden. Voor het coördineren van
valideringsonderzoek en instrumentontwikkeling is internationale
afstemming nodig. De European Association for Palliative Care (EAPC;
www.eapcnet.org)
zou een werkgroep (‘task force’) rond instrumentontwikkeling kunnen
oprichten. Ook de European Organisation for Research and Treatment of
Cancer (EORTC,
www.eortc.org) kan hierin een belangrijke rol spelen, bijvoorbeeld
wat betreft richtlijnen voor het opzetten van valideringsonderzoek.
Nationale organisaties zoals onder andere de Kenniscentra Palliatieve
Zorg zouden zich bij deze en/of dergelijke organisaties aan moeten
sluiten dan wel een proactieve rol kunnen spelen, zoals bijvoorbeeld het
oprichten van een internationale werkgroep.